De gildenbroeders spelen sinds 1730 kolf op een eigen baan, eerst bij en later in het gasthuis. Zij gunden zich zogezegd het ‘plaisir om sig in dezelve te diverteren’ (het Franse divertir betekent vermaken). Dat onze voorouders binnen het nog levende historische kader van het gasthuis dit erfstuk hebben weten te behouden en dat de broeders van het St. Eloyen Gasthuis tot op de dag van vandaag als laatsten een baan buiten West Friesland bespelen, rechtvaardigt gepaste trots.
Het kolfspel wordt gespeeld met een kliek (= slagstok, met de vorm van een hockeystick) en een bal. Een partij bestaat uit vijf slagen en elke slag is onderverdeeld in drie klappen: de uitklap, de opklap en de puntenklap. Bij de puntenklap kunnen maximaal 12 punten worden verdiend, zodat een partij dus maximaal 5 x 12 = 60 punten kan opleveren.
Bij de grote restauratieperiode van de jaren 1880-1890 is de Kolfbaan van het Huis, die achter de naastgelegen herberg de Hollandsche Tuijn lag, verplaatst naar de huidige plek binnen het Gasthuis.

De architect Albert Nijland heeft gekozen voor een sprekende kapvorm met de gebogen spantjes op consoles. De spanten zijn samengesteld van in vorm gezaagde planken met trekankers t.b.v. de stabiliteit.
Deze spantvorm, het Schenkel- of Phillibertspant, is een vinding van Philippe de l’Orme (1512-1577), een Franse bouwmeester die met deze spantvorm grote overspanningen kon maken, bijvoorbeeld t.b.v. markthallen.

Voor de toepassing boven de kolfbaan is deze spantvorm gekozen om het ruimtelijk beeld te benadrukken. De spanten zijn kleiner dan gebruikelijk en liggen op korte afstand van elkaar.
Het is dan ook onbegrijpelijk dat in de jaren vijftig van de 20e eeuw deze kap bij een verbouwing is bekleed met zachtboard en uit het zicht weggewerkt. Op bijgaande foto is dit zichtbaar.
Gelukkig is bij de restauratie in de jaren tachtig de oude vorm weer in beeld gekomen en kunnen we weer van deze unieke constructie en de spanten genieten.