U staat hier bij een foto van een vrouw die, als u goed gekeken hebt bij het naar binnen gaan van dit gasthuis, het pand verlaat met twee tassen. De vrouw is de laatste die ooit het pand verliet in samenhang met de broodbedeling die vanuit het Huis (beter het Gildt) plaatsvond.
In een radioprogramma werd ooit verteld dat er in Utrecht mensen bij de bakker brood afhaalden en betaalden met broodbonnen. Daarna werd de vraag gesteld: Waar of niet waar?
Het antwoord hierop ziet u op deze foto en u ziet ook nog een paar broodbonnen. Om aan de weet te komen wat het verhaal hierachter is, wat caritas met een gilde te maken heeft en waarom dit pand een “Gasthuis” heet nemen we u hierna mee in vijf tijdsperioden en wat hierover bekend is in de geschiedenis van het St. Eloyen Gasthuis te Utrecht.
De gilden waren ontstaan vanaf de 12e eeuw en hadden naast de taak als beroepsorganisatie en kwaliteitswaarborger van de geleverde producten ook een sociale functie. Leden van het gilde werden door hun beroepsgenoten verzorgd als zij of hun familieleden dat niet meer zelf konden bijvoorbeeld in verband met een ongeval of het overlijden van de kostwinner.
Het smedengildt had dit pand aan de Boterstraat in eigendom en vanaf 1345 konden hier behoeftige smeden of hun familie, als het nodig was, opgevangen en verpleegd worden. Het pand dankt aan de patroonheilige van de smeden Sint Eligius (Eloy) en deze onderdakfunctie zijn naam St. Eloyen Gasthuis.
In 1573 overleed een rijke smid genaamd Van Dashorst en pas toen zijn echtgenote in 1603 overleed, werd zijn testament geopend. Van Dashorst liet de helft van zijn niet onaanzienlijke vermogen na aan het Gasthuis met de bepaling dat tot in eeuwigen dage het Gasthuis aan 20 armen wekelijks na de mis op zondag in de nabijgelegen Buurkerk een brood moest verstrekken en 5 cent in contanten. In de kerk hangt nog altijd de speciaal hiervoor gemaakte broodtafel. De sociale functie die het huis had werd zo uitgebreid tot ook anderen dan smeden en hun familie.
Aan de testamentaire opdracht is tot het jaar 1907 zo goed als mogelijk voldaan waarbij het aantal broden dat verstrekt werd, wat hoeveelheid betreft, aanzienlijk – tot wel 200 – was toegenomen.
Overigens zijn er ook geruchten dat bij speciale gelegenheden er ook drank werd verstrekt en dat was zoals zeer gebruikelijk in de late middeleeuwen bier.
Vanaf 1907 werd in plaats van in de Buurkerk op de zaterdagmiddag in het Gasthuis zelf het brood verstrekt dat door de “bedeelden”, zoals we die in het Huis noemen, werd afgehaald.
Zoals in de late middeleeuwen ook al het gebruik ontstaan was om op speciale dagen bier uit te delen, ontstond ook een traditie dat als het erg koud was antraciet (steenkool) aan de bedeelden te verstrekken. Het werd zelfs bij hen thuis bezorgd. Overigens was antraciet natuurlijk in die tijd nog een veelgebruikt materiaal bij de smeden en een paar pondjes meer verbruiken was dan ook geen extra moeite.
Aan het afhalen van het brood kwam in 1962 een einde. Door het Gasthuis werd besloten de hulp minder zichtbaar te geven en aan de bedeelden werden kaarten verstrekt met een aantal bonnen die aanvankelijk bij de Lubro en later bij elke Utrechtse bakker konden worden ingeleverd ter verkrijging van een brood.
De extra uitdelingen op speciale dagen kregen ook een vervolg doordat de bedeelden met Pasen en met Kerstmis verrast werden met een bezoek thuis, waarbij zij een pakket met diverse lekkernijen en noodzakelijke levensmiddelen aangereikt kregen.
De tijd schrijdt voort, zo ook de maatschappelijke opvattingen en zo ook zelfs het moeten inleveren van bonnen bij de bakker. Het riep gevoelens van schaamte op. Daarom besloot het St Eloyen Gasthuis een andere weg in te slaan.
Aanvankelijk verstrekte het Huis substantiële financiële hulp aan gezinnen voor de aanschaf van duurzame levensbehoeften die ze zelf niet konden betalen. Hier is na een jaar of tien van afgestapt en zo rond de eeuwwisseling heeft het Gasthuis zich aangesloten bij de Stichting Noodhulp Utrecht waarvoor door het Huis jaarlijks geld wordt vrijgemaakt.
De sociale functie van de zorg voor beroepsgenoten had haar functie al eerder verloren maar zo kwam ook de uitdeling van brood, zoals Van Dashorst testamentair had bepaald, hiermee definitief ten einde. Deze historische gedachten van “het bedrijven van caritas” door het Huis zal nimmer verloren gaan en tot in lengte van dagen in stand blijven. De broeders van het Sint Eloyen Gasthuis houden deze pijler van hun broederschap graag in ere, alleen aangepast aan de tijd.
Mocht u na het lezen van dit stuk nog meer willen weten of lezen over de tradities rond de wekelijkse brooduitdeling, uitdeling van bier of het vervolg dat eraan gegeven is rond liefdadigheid en charitas, dan verwijzen wij ook graag naar het boek “met Hand en Hart” waarin in 2 hoofdstukken verder ingegaan wordt op deze onderwerpen. Het ruim 150 pagina’s dikke boek kunt u via een van de broeders in het huis of de via de website verkrijgen.