Charitas

Nalatenschap Van Dashorst
In 1603 liet de overleden gildenbroeder Meester Smid Cornelis van Dashorst al zijn roerende en onroerende goederen na aan het Utrechtse Smedengilde. Aan zijn legaat was de voorwaarde verbonden dat ten ewighen dage aan 20 arme Broeders of andere opregten Armen wekelijks een halve stuiver brood en een halve stuiver geld zou worden verstrekt. De verstrekking moest plaatsvinden in de gildenkerk, de Buurkerk. Tot 1907 gebeurde dat op de broodtafel die aan de noordwand van de noorderzijbeuk van deze kerk hangt (nu het museum van Speelklok tot Pierement). Daarna vond de brooduitdeling tot 1963 plaats in het St. Eloyen Gasthuis. Een tijdje zijn broodbonnen uitgedeeld en vervolgens werden op verjaardagen, met Pasen en met Kerstmis overlevingspakketten rondgebracht.

De nalatenschap Van Dashorst kwam niet onmiddellijk vrij. Eerst had zijn weduwe nog bijna 20 jaar het vruchtgebruik. Het gilde kreeg dankzij de erfenis, naast middelen voor de charitas, ook de mogelijkheid om de bouwkundige staat van het gildenhuis te verbeteren. Zo werd de regentenzaal gerenoveerd en werd in 1644 de gevel van het huis met een nieuwe toegang verfraaid. Het is de poort waardoor men nog altijd het St. Eloyen Gasthuis betreedt.

Charitas thans
Nog steeds staat de charitas hoog in het vaandel van onze broederschap en wordt zij, in de geest van Van Dashorst, in aangepaste vorm voortgezet. Toen de brooduitdelingen en daarna het uitdelen van overlevingspakketten aan de minderbedeelden niet meer zinvol bleken, werd in 1994 besloten het geld, beschikbaar uit het van Dashorstfonds, zoals het testament bepaalt te besteden aan mensen in het Utrechtse van onbesproken gedrag, die door een noodzakelijke eenmalige grote uitgave in financiƫle nood komen. Enkele jaren geleden heeft het gasthuis zich aangesloten bij de Stichting NU (Noodhulp Utrecht).